Pedagogisch Beleidsplan

Ik werk volgens het Pedagogisch Beleidsplan van Gastouderbureau Diana en Gastouderbureau 4Kids. Deze zijn te vinden op:

http://www.gastouderbureaudiana.nl/mediapool/115/1...

https://www.4kids.nl/download/83

Uitgangspunten

Gastouder Nathalie Barendrecht is een kleinschalige opvang met 5 kindplaatsen per dag naast mijn eigen kinderen en biedt vanuit een huiselijke sfeer opvang aan kinderen tot 4 jaar. Het pedagogisch doel van Gastouder Nathalie Barendrecht is dat kinderen, in overleg met de ouders, in een veilige, vertrouwde en stimulerende omgeving kunnen opgroeien en ontwikkelen. Door het aanbieden van veiligheid, geborgenheid en vertrouwen kunnen de kinderen in hun eigen tempo opgroeien en daarbij hun eigen mogelijkheden en beperkingen ontdekken. Als gastouder heb ik hierbij een begeleidende, verzorgende en ontwikkelende taak. Belangrijk in de benadering is dat ik varieer in mijn gedrag en zowel stimulerend, begeleidend, corrigerend, sturend als ook afwachtend zal zijn. Kinderen worden daarbij geaccepteerd, zoals ze zijn, dus met ieders eigenheid en individuele mogelijkheden. Veel speelmateriaal is er voor de kinderen aanwezig, maar er zijn ook kasten die, net als thuis, alleen onder begeleiding opengaan of waar de kinderen niet aan mogen komen. Je merkt dat de kinderen dat al snel doorhebben, al blijft een dreumes het natuurlijk wel proberen. Ik ben consequent en leer de kinderen het verschil tussen wat van mij is en wat van hen. Maar leer hen ook om samen te spelen en te delen.  

Pedagogische visie

Mijn pedagogische visie is gebaseerd op een aantal hoofdlijnen:  

1. Ik werk vanuit een kindgerichte visie. Ieder kind is uniek, heeft zijn eigen behoeften en ontwikkelt zich in een eigen tempo. De opvang is gericht op het individuele kind, maar ook op de groep. We zijn een groep en zorgen voor elkaar.

2.  Ieder kind heeft het recht om zich in zijn/haar eigen tempo te ontwikkelen. Regelmatige afstemming met de ouders over de kinderen vind ik erg belangrijk. De kleinschaligheid biedt een prima mogelijkheid om niet alleen de kinderen maar ook de ouders goed te leren kennen. Tijdens het brengen en halen maak ik hier ook tijd voor.  

3. Ik vind het voor alle kinderen belangrijk om zelfvertrouwen te ontwikkelen en de zelfredzaamheid te stimuleren. Daarin heb ik een begeleidende, verzorgende en ontwikkelende taak. Ik speel in op de ontwikkeling van het kind en stimuleer de kinderen om dingen zelf te proberen en elkaar te helpen.  

4. De binnen de opvang geldende regels en richtlijnen zijn voor alle kinderen van toepassing.  

5. Ik werk met een vaste dagindeling. In de schoolvakanties gaan we weleens op uitstapje en dan verloopt de dag soms anders. Bij mooi weer kan het ook dat we lekker buiten eten. U kunt het vergelijken met thuis, de ene dag is de ander niet! Voor de allerkleinsten houd ik zoveel mogelijk het schema aan wat zij van thuis gewend zijn. Ik zorg in de middag dat de kinderen die nog slapen hun bedje ingaan. Voor de oudere kinderen die niet meer slapen zorg ik voor een rustige activiteit, voor de een betekent dat tekenen of kleuren en een ander wil graag even op de bank naar een leuke dvd kijken of gezellig op de bank naar een mooi verhaal luisteren.

6. Ik werk vanuit duidelijkheid en heldere regels. Op deze manier herkennen de kinderen bepaalde gewoontes en regels en weten ze waar ze aan toe zijn. Ondanks deze regels houdt opvoeden ook altijd in; ‘flexibel en met gezond verstand werken’. Als iets voor het ene kind goed is, hoeft dat voor het andere kind niet zo te zijn.

De ontwikkeling van kinderen

Bij het kijken naar de ontwikkeling van kinderen onderscheiden we vijf gebieden: 1. Lichamelijke ontwikkeling (motoriek);

2. Sociaal- emotionele ontwikkeling;

3. Taal stimulering

4. Creatieve ontwikkeling;

5. Ontwikkeling van identiteit en zelfvertrouwen. 


Ik zal deze gebieden toelichten, waarbij ik zoveel mogelijk voorbeelden uit de dagelijkse praktijk heb opgenomen. Een belangrijk punt vind ik dat kinderen spelenderwijs iets geleerd wordt, zonder dat het een verplichting is.

1. Lichamelijke ontwikkeling (motoriek) In de leeftijdsfase van 0 tot 4 jaar maakt een kind een grote ontwikkeling door in de motoriek. Hierbij is onderscheid te maken in de grove en de fijne motoriek. De grove motoriek wordt gestimuleerd door het aanbieden van uitdagende spelmogelijkheden passend bij de leeftijd van de kinderen. Door het spelen leren kinderen hun eigen mogelijkheden kennen. Bijvoorbeeld het leren lopen achter een loopkarretje. Ook het samen dansen op muziek is een activiteit die de grove motoriek stimuleert. Tijdens de opvang merk je dat kinderen ineens sprongen maken in hun ontwikkeling, ze leren en zien veel van elkaar en proberen dat ook na te doen.  Een balspel vinden bijna alle kinderen erg leuk om te doen, en bij de peuters merk je al snel hoe trots ze zijn dat ze een bal kunnen vangen. De fijne motoriek heeft betrekking op kleine bewegingen die coördinatie tussen ogen en handen vereisen. Een baby gaat naar voorwerpen grijpen, pakken, en gaat iets in de mond stoppen. Ik bied baby’s regelmatig andere speeltjes aan en daag ze uit als ze bv op de grond liggen te spelen. Tijdens de individuele momenten stimuleer ik de baby’s ook. Voor de peuters is het maken van puzzels, tekenen en knutselen een activiteit die deze ontwikkeling stimuleert. Dit doen we dan ook met grote regelmaat.

2. Sociaal-emotionele ontwikkeling. In de groep kan het kind relaties opbouwen met andere kinderen. In de omgang met andere kinderen worden de sociaal-emotionele ontwikkeling gestimuleerd. Het kind leert omgaan met anderen en ziet wat zijn gedrag voor invloed heeft op hen. Het kind leert om te gaan met zijn eigen boosheid, verdriet en blijdschap, maar ook met de boosheid, verdriet en blijdschap van anderen. Hier hebben de kinderen de mogelijkheid voor het samen spelen met andere kinderen. Maar ook doet het kind sociale vaardigheden op door bijvoorbeeld te helpen met opruimen, het delen van speelgoed, het samen eten, leren wachten en het samen vieren van een feestje.   

3. Taalvaardigheid stimuleren. Taal is een belangrijk middel om de wereld te begrijpen. Ik besteed veel aandacht aan de taalontwikkeling onder andere d.m.v. Kiki, maar ook wordt er zo veel mogelijk op de taaluitingen van het kind gereageerd. Daarbij wordt maximaal aangesloten bij de belevingswereld en persoonlijke emoties van de kinderen. Belangrijk hierbij is dat er niet in ‘brabbeltaal’ teruggesproken of nagepraat wordt. Tijdens het eten hebben we altijd gesprekjes, kinderen leren veel van elkaar, ik let er dan ook op dat de wat stillere kinderen ook aan de beurt komen om iets te kunnen zeggen anders vallen deze kinderen weg in de groep. Er is een boekenkast waar de kinderen zelf gebruik van mogen maken. Kinderen vinden het vaak leuk om zelf in een boekje te kijken. Het is mooi om te zien dat grotere kinderen proberen om zelf hun verhaaltje over te dragen aan kleinere kinderen. Zingen met de kinderen is bijvoorbeeld een belangrijke activiteit om de taalontwikkeling te stimuleren en dat doen we dan ook dagelijks. Verhalen voorlezen is ook een manier om taal te stimuleren. Ik laat de kinderen dan ook actief deelnemen aan een verhaal, soms gaan de kinderen zo op in hun eigen verhalen zodat we het boek weg kunnen leggen. Als we gaan wandelen zien we veel waar we over kunnen praten, een politieagent op de fiets, een schilder op een hoge trap, rode bloemen maar ook gele. Waarom moeten wij op de stoep lopen en mogen de auto’s op de weg?  Door open vragen te stellen motiveren we de kinderen om zinnen te maken.  Door de kleinschaligheid van opvang leren we elkaar goed kennen en begrijp je ook al snel wat een kind probeert te zeggen. Als u mij een beetje op de hoogte houdt wat er thuis gebeurt, dan kan ik makkelijker begrijpen wat een peuter mij probeert te vertellen. 

4. Creatieve ontwikkeling. Ik vind het belangrijk dat de fantasie van een kind tot zijn recht komt en creativiteit in de brede zin wordt aangemoedigd. Dus ook creativiteit in denken. Creatieve vaardigheden zijn belangrijk voor een kind. Creativiteit vergroot het probleemoplossend vermogen van het kind. Om de creatieve ontwikkeling te stimuleren werk ik met allerlei soorten materialen (water, lijm, verf, papier, potloden, krijtjes). Ik merk dat kinderen erg veel plezier beleven aan knutselen.  Ik wil de ouders dan ook vragen om de kinderen kleding aan te geven die goed te wassen is en waarin kinderen vrijuit kunnen spelen en knutselen. Kinderen vanaf ongeveer 3 jaar stimuleer ik wat nadrukkelijker om bepaalde opdrachten of kleine klusjes te doen. Dit als een vorm van voorbereiding op de basisschool. Daarnaast wordt creatieve ontwikkeling ook gestimuleerd door creatief spel. Hiervoor zijn gevarieerde materialen beschikbaar (bijvoorbeeld keukenspeelgoed, poppen) (zie ‘Kiki’ en ‘knutselen’ voor meer informatie).

5. Ontwikkeling van identiteit en zelfvertrouwen Het hebben van zelfvertrouwen is heel belangrijk. Een kind met zelfvertrouwen kan voor zichzelf opkomen, kan zelfstandig en onafhankelijk zijn. Het kind durft om hulp te vragen en is niet bang om fouten te maken. Ik stimuleer het zelfvertrouwen van de kinderen. Ik geef geen kritiek op het kind zelf, maar op het gedrag van het kind. Een kind is niet 'stout' maar doet weleens 'stout'. Al zal ik het woord 'stout' niet gebruiken. Positief gedrag wordt benadrukt. Niet elk kind maakt (op alle terreinen) een probleemloze ontwikkeling door. Als ik mij zorgen maak over de ontwikkeling van een kind, spreek ik die ongerustheid uit naar de ouders. Omgekeerd kunnen ouders bij twijfel of zorgen deze delen met mij. Samen proberen we dan duidelijkheid te krijgen en inzicht te verwerven in het gedrag van het kind en de opvoedingssituaties. Eventueel kunnen we daar de hulp van het gastouderbureau voor inschakelen. Vervolgens kunnen we afspraken maken rondom specifiek gedrag van een kind of kunnen er in onderling overleg eventueel andere vervolgstappen worden gezet.

Voordelen gastouderopvang

Per dag zijn er 5 kinderen aanwezig die allemaal op vaste dagen komen. De kinderen komen steeds dezelfde vriendjes of vriendinnetjes tegen. Dit geeft een vertrouwd gevoel. Door de verticale samenstelling van de groep (0-4 jaar) kan een kind met kinderen van diverse leeftijden spelen. Aan sommige kinderen kan een kind zich een beetje optrekken, anderzijds leert het zich beheersen in contact met jongere kinderen. De grote kinderen houden rekening met de kleintjes en de kleintjes leren van de groten en soms is dat ook omgekeerd.   

1. De groep is vergelijkbaar met een gezinssituatie.

2. Het kind kan naar eigen behoefte spelen met leeftijdgenootjes, maar ook met oudere en/of jongere kinderen omgaan.

3. Omdat niet alle kinderen hetzelfde ritme hebben (van slapen, eten, etc.) is er meer tijd om de kinderen individuele aandacht te geven.

4. De kleinere kinderen nemen gedragsregels, zoals handen wassen en opruimen, over van de grotere kinderen.

5. Ook zien kleinere kinderen dat de oudere kinderen geen luier meer dragen en gebruik maken van het toilet. Dit stimuleert veel kinderen in hun zindelijkheidstraining.

6. Gastouderopvang stimuleert ook de taalontwikkeling. De kleintjes horen het praten en zingen van de oudere kinderen en proberen al mee te doen.

7. Voor de ‘grotere’ kinderen is het fijn om af en toe weer eens ‘klein’ te kunnen zijn. 

8. De kinderen kunnen zich aan elkaar optrekken en spelen met speelgoed of spelletjes waar ze eigenlijk nog te klein voor zijn. Dit vormt voor veel kinderen een grote uitdaging.

9. De oudere peuter leert rekening te houden met kleinere kinderen binnen de groep.

10. Kinderen die van kleins af aan bij Gastouder Nathalie komen zijn niet altijd de jongste in de groep. Het is ook een periode de middelste en de oudste.